Databank Verkiezingsuitslagen

v1.3.1.3

Gebruikershandleiding 1918 - heden

De verkiezingsuitslagen kunnen op drie niveaus worden bekeken: nationaal, provinciaal en gemeentelijk. Ze zijn beschikbaar in tabelvorm en als kaartweergave.

Kaartweergave
De verkiezingsuitslagen worden op drie verschillende manieren gepresenteerd. Er is een kaart waarin de opkomst wordt weergegeven, een kaart waarin per gemeente de grootste partij wordt aangegeven en er is een reeks kaarten waarin de scores per partij worden gepresenteerd. Niet van alle partijen is in de databank een kaart opgenomen. Wanneer u van een van deze partijen toch een kaartweergave wenst, kunt u die zelf maken op http://nlgis.dans.knaw.nl Op deze website zijn historische kaarten van Nederland van 1918 tot 1998 aanwezig.

Wanneer u op de kaart van Nederland klikt, roept u een provinciekaart op. Wanneer u vervolgens op een gemeente klikt, krijgt u de uitslag van die gemeente in tabelvorm te zien. Via de blauwe menubalk kunt u weer terug naar voorgaande kaartweergaves.

Vergelijken van uitslagen
Met de functionaliteit Uitslagen vergelijken kunt u nationale, provinciale of gemeentelijke uitslagen van verschillende jaren vergelijken.

Downloaden van data
Elke tabelselectie kunt u downloaden via csv. Wilt u de uitslagen van alle gemeenten ineens downloaden dan selecteert u de totaaluitslag van een bepaald jaar en klikt u op de knop csv onderaan de pagina.

Bijzonderheden

  • De totalen in de databank wijken soms af van de officiële uitslage. Dat komt doordat in sommige jaren de verkiezingsresultaten van de kiezers die in het Centraal Bevolkingsregister (CBR) geregistreerd waren nog niet zijn opgenomen. Sinds 1946 hadden namelijk ook bewoners zonder vaste woon- of verblijfplaats kiesrecht. Zij stonden in het CBR ingeschreven. Met ingang van 1971 stond dit register bekend als Centraal Persoonsregister (CPR). Na de Kamerverkiezingen van 1994 is het CPR opgeheven.
    Een andere groep die niet altijd in de databank is verwerkt, betreft de Nederlanders die buiten Nederland in Nederlandse openbare dienst werkzaam waren. Zij kregen met ingang van 1977 het kiesrecht voor de Tweede Kamer. Hun namen werden in een kiezersregister opgenomen dat door de gemeente Den Haag werd bijgehouden.
    Sinds 1985 kregen ook Nederlanders woonachtig in het buitenland kiesrecht voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Sinds 1989 worden deze kiezers in Den Haag geregistreerd. De verkiezingsuitslag van deze groep kiezers is in de databank niet altijd in de totale uitslag opgenomen.

  • Bij de verkiezingen van 1918 en 1922 was het partijen toegestaan om lijsten te verbinden. Aangezien lijsten aanvankelijk niet meer dan tien kandidaten mochten bevatten, zochten sommige partijen een manier om de kiezers toch meer kandidaten te kunnen presenteren. In 1918 traden de CHU, Bond van Vrije Liberalen en de Plattelandersbond daarom in meerdere kieskringen met meer dan één kandidatenlijst op en in 1922 de CHU, Vrijheidsbond en Plattelandersbond. Deze lijsten moeten dus opgeteld worden om het resultaat van deze partijen vast te stellen. In 1923 werd de mogelijkheid om lijsten binnen een kieskring te verbinden afgeschaft. Met ingang van de Kamerverkiezingen van 1977 was dit opnieuw toegestaan, maar nu bestond er bij de partijen geen behoefte meer om met meerdere lijsten op te treden, omdat de partijen meer dan genoeg kandidaten op een lijst konden plaatsen.

  • Partijnamen veranderden met zekere regelmaat; de spelling werd aangepast, kleine letters werden hoofdletters, namen afkortingen, en koppelteken of apostrof werden toegevoegd, verwijderd of gewijzigd. Om nodeloze verwarring te voorkomen zijn de partijnamen gestandaardiseerd.

  • In de databank komen twee partijen voor met dezelfde naam. De Socialistische Partij komt voor rond 1920 en weer vanaf de jaren 1970. Ter onderscheiding wordt de eerste voluit geschreven en de tweede met de afkorting SP. Het tweede geval betreft Leefbaar Nederland dat in 1981 in de databank voorkomt en opnieuw sinds 2002. Ter onderscheiding wordt de eerste voluit geschreven en de tweede met de afkorting LN.

  • De namen van kleine partijen worden voluit geschreven. Voor de namen van grote partijen of langdurig deelnemende partijen worden de volgende afkortingen gebruikt:

    AOV     Algemeen Ouderen Verbond
    ARP     Anti-Revolutionaire Partij
    CD     Centrum-democraten
    CDA     Christen-Democratisch Appèl
    CDU     Christelijk-Democratische Unie
    CHU     Christelijk-Historische Unie
    CP     Centrumpartij
    CP86     Centrum ‘86
    CPN     Communistische Partij van Nederland
    CU     ChristenUnie
    D66     Democraten 66
    DS70     Democratisch-Socialisten 1970
    FNP     Fryske Nasjonale Partij
    GL     GroenLinks
    GPV     Gereformeerd Politiek Verbond
    HGSP     Hervormd-Gereformeerde Staatspartij
    KVP     Katholieke Volkspartij
    LN     Leefbaar Nederland
    LPF     Lijst Pim Fortuyn
    NSB     Nationaal-Socialistische Beweging
    NVU     Nederlandse Volksunie
    PPR     Politieke Partij Radikalen
    PSP     Pacifistisch-Socialistische Partij
    PvdA     Partij van de Arbeid
    PvdD     Partij voor de Dieren
    PVV     Partij van de Vrijheid
    RKSP     Rooms-Katholieke Staatspartij
    RPF     Reformatorisch-Politiek Federatie
    SDAP     Sociaal-Democratische Arbeiderspartij
    SGP     Staatkundig-Gereformeerde Partij
    SP     Socialistische Partij
    VDB     Vrijzinnig-Democratische Bond
    VVD     Volkspartij voor Vrijheid en Democratie